Zijn lust is verdwenen


‘Er is een Ad van vóór en een Ad van na de prostaatkanker. Voor hij behandeld werd met hormonen, was hij een stoere man die zich niet liet kennen, die elk saai feestje op gang kon brengen, maar niet over zijn emoties sprak. Een man met een gezond libido, die mij altijd wist te verrassen in bed en met wie ik al meer dan veertig jaar een ontzettend fijn seksleven had.

Sinds de hormooninjecties is hij een overgevoelig iemand die zomaar ineens in huilen kan uitbarsten van iets zieligs op tv. Alles komt veel harder bij hem binnen; dingen die hij voorheen met een grapje afdeed, raken hem nu diep.

Die omslag is te wijten aan de vrouwelijke hormonen waarmee zijn prostaatkanker wordt bestreden. Die geven hem ook opvliegers, zodat hij zich verschrikkelijk ongemakkelijk voelt. In feite heeft Ad dezelfde klachten als een vrouw in de overgang. Maar het ergste is dat zijn lust is verdwenen en hij geen erectie meer kan krijgen. De artsen hadden ons er voor gewaarschuwd, maar stiekem konden we niet geloven dat de seks in rook zou opgaan.

Ik weet nog precies de laatste keer, in november 2015. Tijdens het vrijen merkten we dat de passie weg was. We koesterden nog de stille hoop dat het tijdelijk was, dat het zou terugkomen. Dat gebeurde niet. Ons altijd zo bevredigende seksleven is toen een abrupte dood gestorven. Dat is heel ingrijpend: voor Ad, die zich voelt aangetast in zijn man-zijn, voor mij, omdat het me frustreert, en voor onze relatie. Want hoewel deze stevig genoeg is om dit te overleven, missen we de fysieke verbondenheid, de momenten dat de vonken eraf spatten, dat we het in het vliegtuig deden en samen zo genoten.

‘Je kunt toch ook knuffelen?’ zei de huisarts, bij wie we het probleem aankaartten. Flikker op met je knuffelen, dacht ik. Wat een dooddoener. Natuurlijk is dat ook fijn, maar laten we eerlijk zijn: het is surrogaat. Ik voelde me niet erg serieus genomen. ‘Wees blij dat jullie in elk geval een goed seksleven hebben gehad’, zei de arts ook nog. ‘Ja, met de nadruk op gehad!’ riep ik. Ze adviseerde erectiepillen, maar dat zagen we niet zitten. Daarmee kun je een lichamelijke reactie teweegbrengen, maar als het gevoel er niet bij zit, als de opwinding niet wederzijds is, is het niks. Dan is het alleen maar een kunstje. Dezelfde weerstand hebben we tegen een dildo. Nooit hebben we hulpmiddelen nodig gehad, en dan zou dat nu opeens moeten?

We praten er nauwelijks over. Als ik het onderwerp aansnijd, zie ik zulk intens verdriet bij Ad. ‘Ik zou het je zo graag willen geven’, zegt hij machteloos. Ik val hem maar liever niet lastig met mijn pijn – dat wil ik hem niet óók nog eens aandoen. Ik heb mijn emoties in de parkeerstand gezet, de eenzaamheid die ik soms voel. Ik mis het om bekeken te worden als ik uit de douche kom, hoe Ad me in het voorbijgaan kon aanraken: kleine gebaren die me lieten weten dat ik er nog mocht zijn.

Wat zou het bijzonder zijn als het weer terugkwam, denk ik soms. Maar het is kiezen tussen twee kwaden: dit of een doodzieke man. We schikken ons en genieten zo veel mogelijk van dat wat ons nog wél is gegeven. Als Ad mij nu wil laten voelen hoeveel hij van me houdt, zet hij een muziekje op dat hij met zorg heeft uitgekozen. Dat zijn tegenwoordig de dingen waar ik warm en blij van word. Want met die liefde tussen ons – daarmee zit het wel goed.’’

Bron: AD
Foto: Sasint/Pixabay

(Visited 30 times, 1 visits today)

Post Author: Rene

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *